Hoge muren

Ik stik in mijn tranen
Wacht tot ze mijn ogen vullen
Mijn wangen vochtig maken
Tot ik ze ruw weg kan vegen met mijn handen
Ze blijven droog

Mijn borst knijpt te pijnlijk samen
om geen reactie uit mijn lichaam te scheuren
Maar ik kan het niet aan

Die drie seconden vol pijn
Is alles wat ik krijg
Het bange op de vlucht voor de intensiteit
Het laten zijn

Ze blijven droog
En ik blijf zoeken naar pijn

Advertenties

Op de vlucht

‘Hoe durf je mij liefde te geven!’
Verbouwereerd stapt Leo achteruit.
‘Je hebt het recht niet.’ Natasja’s stem is schril.

Zo snel als het gekomen is, verliest ze haar felheid. Haar schouders zakken naar voren.
Leo reikt naar haar.
Ze draait weg. Zit op het bed, ogen gesloten.
Leo voelt hoe ze zich terugtrekt en weigert het te laten gebeuren.
Haar huid tegen zijn huid is koel als hij naast haar op het bed glijdt en haar in zijn armen neemt. Ze verstijft.
‘Ik wil niet meer neuken,’ zegt hij. ‘Ik wil met je vrijen.’

Opgroeien

Het was de dag dat ik thuiskwam uit school.
De lunch was niets meer geweest dan een observeren van klasgenoten. Ze lachten, keken naar mij. Ik lachte terug.
Ik zei, ‘Hé pa.’
Hij draaide naar me toe. Sleutels in de hand.
‘Waar ga je heen?’
Pa zuchtte en stapte op mij toe. Legde een hand op mijn schouder. Hij zei, ‘Julian, ik ga.’
Ik zei, ‘Wanneer kom je terug?’
Pa kroelde door mijn haar. ‘Vanaf nu ben jij de man in huis, vent.’

Een eer voor de farao

‘Sneller! Sneller!’
De zweep striemde over zijn rug. Hij dacht niet dat er op zijn lichaam nog een gevoelig stukje huid over was en toch zette de aanmoediging hem harder aan het werk. Hij tilde en sleepte en dat alles in de niet aflatende zon.
Om hem heen klonk het gekreun en het incidentele gekerm van zijn broeders. Zwepen knalden in de lucht. In de verte zag hij de Nijl schitteren, als een fata morgana. Hij bleef niet staan om ernaar te kijken. Hij wist wel beter. Die eerste vijfentwintig zweepslagen had hij nog kunnen tellen.
Moeizaam liep hij omhoog. Voor- en achter hem liepen de anderen. Aan de andere kant gingen ze weer naar beneden, wist hij. Daar zou hij straks ook lopen.
Een eer was het, hadden de Egyptenaren gezegd. Een eer om mee te werken aan de bouw van een piramide, de eeuwige rustplaats van de farao.

Je bent zo oud als je je kleedt

‘Mam, daar ben je echt te oud voor!’
‘Weet je dat wel zeker, liefje? Ik vind het nog wel kunnen, hoor.’
Moeder draaide heen en weer voor de spiegel. Met getuite lippen bekeek ze zichzelf. Haar ogen samengeknepen, alsof ze daardoor het geheel beter kon beoordelen.
Vol walging keek Maartje naar de knalgele korte broek en het rode topje met spaghettibandjes waar de afkorting YOLO op stond. Het zou haar wél staan en zij was vijftien!

Nog niet zo lang geleden interesseerde het haar niet welke kleren haar moeder aanhad. Ze had slechts oog voor de broodtrommel, die elke schooldag voor haar klaarstond en voor de schone was in haar kast. Totdat de school een bonte avond organiseerde, waaraan zij meedeed. Haar moeder kwam kijken.
‘Het is bij je moeder zeker ook bonte avond,’ had Petra gezegd. Ze lachte en alle meisjes uit de klas lachten mee. Maartje had gefronst, naar haar moeder gekeken en gevraagd: ‘Wat bedoel je?’
Petra kreeg de slappe lach. Toen ze wegliep fluisterde ze, net luid genoeg voor haar om te horen: ‘Maartje heeft haar kledingstijl dus niet van vreemden.’
Moeder droeg die avond een bloemetjesjurk uit de Divided-collectie van H&M. Als ze bukte, kon je haar billen zien, maar dat was Maartje eerder nog niet opgevallen.
Ze was het voorval alweer vergeten, toen ze maandagochtend op school kwam.
‘Heb je je moeder om advies gevraagd, Maartje?’ vroeg Petra.
Zo ging het vervolgens iedere dag. Ook als Petra niets zei, wist ze dat haar kleren niet goed waren door de manier waarop de meiden naar haar keken. Haar vriendin Anna zei na anderhalve week: ‘Sorry, ik kan vandaag niet met je mee. Petra vroeg of ik met haar en de meiden meega naar het centrum.’ Ze durfde Maartje niet aan te kijken.

‘Mem …’
Moeder draaide zich om naar haar dochter. Maartje gebruikte alleen het Friese woord voor mam als er echt iets mis was. Dat deed ze al sinds ze een kleine meid was en ze nog in Friesland woonden. ‘Wat is er, liefje?’
‘Het kan echt niet hoor, wat je aanhebt.’ Ze wrong haar handen samen. ‘Het maakt mij niet uit, hoor,’ ging ze verder, ‘maar op school …’
Moeder ging naast Maartje op bed zitten, ving haar blik en zei: ‘Wat is er op school gebeurd?’
Na één keer diep ademhalen gooide ze het eruit. Alles. Ook de rotopmerkingen die Petra over haar moeder had gemaakt. Tranen liepen over haar wangen.
Toen ze klaar was, omarmde moeder haar stevig en gaf een kus op haar wang. Daarna ging ze voor de spiegel staan, tuitte haar lippen, kneep haar ogen samen, draaide heen en weer en zei: ‘Je hebt gelijk.’
Met grote ogen keek Maartje toe hoe moeder alle kleren uit de kast pakte en op bed smeet.
‘Help je me?’
Moeder paste elk kledingstuk en zij gaf haar oordeel. Pinterest hielp hen te bepalen wat er voor veertigjarigen in de mode was. Daarna was Maartje zelf aan de beurt. Aan het eind van de middag brachten ze vier zakken met kleding naar de kringloopwinkel.
‘Het wordt tijd dat we gaan winkelen,’ zei moeder tijdens het eten.
Maartje glimlachte en knikte. ‘Morgen?’

Maandag kwam ze op school in haar knalgele korte broek en witte T-shirt, waar met grote letters YOLO op was gedrukt. Hoewel de praatjes van Petra niet direct stopten en ze nog geregeld gegiechel hoorde, voelde zij zich steeds minder aangesproken.
Het uitmesten van de kledingkasten werd een jaarlijks ritueel van Maartje en haar moeder, al had die niet dezelfde betekenis als de eerste keer.

Dit verhaal stuurde ik in voor de Libelle schrijfwedstrijd 2018. Mijn schrijfvriendin Mechtilde Meijer won de publicatie met haar verhaal Thijs.

Vernielzucht

Soms vraag ik mij af,
wie nu de beesten op aarde zijn.
Hoe wij onze wereld behandelen,
doet mijn hart pijn.
Laat het samenknijpen van boosheid en verdriet,
want zelfs al geloof ik niet in God,
dat ‘De Schepper’ dit bedoelde …
Nee, dat geloof ik niet.

Het mogen leven op deze aarde,
is een geschenk gegeven door de natuur.
Het is een wonder om de wereld echt te zien
en niet te leven achter een muur
van superioriteit, van wij gebruiken, nemen en vervuilen.
Ik als mens draag hier ook aan bij,
maar soms kan ik wel huilen.

Wat vernielen wij toch met elkaar
en alleen omdat wij beter zijn?
Intelligenter?
Of gewoon omdat het kan …
Waar is de harmonie gebleven,
waarin wij leefden met en van het land.

Is er nog een weg terug?
Of zijn we te verwend.
Gewend aan een leven met alle gemakken.
Verslaafd aan de tegenwoordige tijd.
Want hoeveel tijd gaat het nog kosten,
voordat de aarde is uitgeput.
En wij, alle mensen, te maken krijgen
met Moeder Natuur’s grote geschut.

Zo nu en dan geeft ze een waarschuwing,
alles voor haar zelfbehoud.
Ik hoop dat wij haar nooit helemaal leren bestrijden,
zodat zij ons heel misschien,
uiteindelijk kan bevrijden.