Krachtmeting

Vanuit mijn ooghoek zie ik zijn vuist aankomen. Te laat om de dans te ontspringen ontspan ik mij, een truc die ik mezelf aan moest leren.
Het doet niets af aan de pijn, mijn hart voelt nog steeds rauw.
Mijn lichamelijk omhulsel reageert verrassend goed; ik lig niet als een onderdanige aan de voeten van mijn koning.
Maar het is niet genoeg. Voor hem is het nooit genoeg. Het beest heeft bloed nodig. Het kind in hem de verzekering dat hij de sterkste is.
Ik wacht op het moment dat ik de sterkste ben. Ooit zal dat moment zijn.

Advertenties

Zeeën van lavendel

Zij stond aan de rand van het water. Haar haren wapperden in de wind. Ik reikte naar haar, daar zij niet reageerde op mijn waarschuwingen over het aankomende vloed.
Zij keek, met ogen die mij deden denken aan velden vol lavendel. Al was er geen overweldigend aroma, zij rook naar onstuimigheid. Het bestormde mij en overwon.

Strijd

In de verte is het licht
Bleekjes, onbereikbaar
Elke stap brengt me dichterbij
Maar uitputting is nabij
En ik struikel meer dan eens

Na een nieuwe val lig ik op aarde
Dat nat is van mijn tranen
Duisternis sluipt op mij af
Niet voor het eerst likt het aan mijn tenen
Maar zoals altijd houd ik mijn blik op het licht
En help mijzelf aan mijn muur overeind

Als ik niet meer kan lopen
Beweeg ik voorwaarts op handen en knieën
De duistere tentakels zuigen zich vast aan mijn bovenbenen
Mijn heupen
Grijpen hoger en kronkelen om mijn borst
Ik graaf met mijn vingers in de aarde
Trek mijzelf voort naar het feller wordende licht

Het is warm
Uitnodigend
Maar verdwijnt sluipenderwijs in de schaduwen
Van mijn periferie
Met mijn laatste beetje kracht
Zet ik me schrap
En schuif als een rups naar voren

Op de vingertoppen van mijn uitgestrekte hand
Voel ik zonnestralen
Maar duisternis overvalt me

De onverwachts krachtige hand
Die om mijn pols sluit
Doet mijn ogen opnieuw openen

Sereen

De kou dringt mijn gebreide moffen binnen en ook al heb ik de pas er stevig in, mijn bewegingloze vingertoppen verstijven. De vogels fluiten en de spanning, die ik thuis niet kwijt kon, glijdt van mij af. Ik sluit mijn ogen en ruik de rijp die de wereld om mij heen tot een wit kunstwerk maakt.

De onwetende ‘ja’

Van toen wij –
en jij –
en wat betekende dat, ‘nee’?

Jouw liefde
en jij –
Van toen wij,
O, nee …

Ik zie mijn vroegere zelf
opkijken in adoratie
(wat betekent dat, ‘nee’?)
Ze kruipt je aan
en valt in slaap in jouw armen

O, nee
Jouw liefde …
van toen wij –
en jij –

Wat betekende dat,
‘nee’

Geschreven naar aanleiding van #6 Schrijfuitdaging met thema ‘nee’.

Eeuwenoud

In de wind hoor ik
lang vervlogen fluisteringen
van magische wezens.

De oeroude bomen
met gekneusde en gebroken takken
volgen mij
met duizenden alziende ogen

En een gladde rots,
op de oever van een eeuwenoude rivier,
weerkaatst het licht
van de ondergaande zon.

Magie kent geen begin
en geen eind.

Onschuldig (verklaard)

‘Ik zeg toch, ik heb het niet gedaan. Ik heb het niet gedaan. Niet gedaan. Ik heb het niet gedaan!’ Hij trok aan zijn haren, kneep zijn ogen dicht. Wiegend in de hoek van de onderzoekskamer bleef hij zichzelf herhalen, alsof dan het bloed dat aan zijn handen kleefde op magische wijze zou verdwijnen.

Simmers en ik keken elkaar aan en spraken zonder te spreken: volledig doorgedraaid, ingestort, ontoerekeningsvatbaar, maar niet langer een gevaar.

Ik heb het niet gedaan

Het stond met druipende letters op de muur geschreven. Simmers’ koffie gleed uit zijn hand. Het troostende wiegen was gestopt.